Achter de schermen van het Centraal Tarreer Station
In Dinteloord, aan de overkant van de straat van onze bietverwerkende fabriek, staat het Centraal Tarreer Station (CTS). Aan de buitenkant van het CTS worden monsters uit de bietenwagens genomen, voordat de bieten op het terrein worden gelost. Deze monsters gaan daarna het CTS in. Maar wat gebeurt hier eigenlijk? Analist Bryan Reuvers en coördinerend monteur Rick Donker vertellen erover.
‘In het Tarreerlokaal, zoals wij het CTS noemen, bemonsteren en beoordelen we binnenkomende ladingen bieten voor onze Nederlandse bietverwerkende fabrieken, SENSUS en het IRS’, begint Bryan. ‘We bepalen de kwaliteit van de levering en kunnen op basis daarvan de juiste vergoeding aan de teler geven. Voor het IRS bepalen we de kwaliteit van hun proefvelden.'
Aanmelden, wegen, monster
Tijdens de campagnemaanden komen er dagelijks zo’n 1.000 tot 1.200 vrachtwagens aan bij het tarreerlokaal. Bryan: ‘De chauffeurs melden zich aan met een speciale pas waarna hun lading aan een specifieke barcode wordt gekoppeld. De vrachtwagen wordt gewogen bij de weegbrug en vervolgens rijdt hij door naar de Rüpro, een installatie waarmee we een monster uit de lading steken.’
Wegen, wassen, wegen
‘Dat monster weegt tussen de 35 en 45 kilo’, gaat Rick verder. ‘Via een vierkante stekerpijp worden de bieten opgevangen in een zak. Hierop wordt vervolgens de bijbehorende barcode geplaatst. We wegen de zak en wassen de inhoud. Alles wat geen biet is, zoals zand en stenen, halen we eruit. Zo bepalen we het nettogewicht aan bieten. Met een camera leggen we bovendien alle niet-bietdelen en eventuele aanwezige vorstbieten vast.
Kwaliteit en waarde
De bieten worden vervolgens ingezaagd. Aan dit zaagsel (brei) voegen wij een extractievloeistof toe. Deze vloeistof, inclusief hierin opgeloste bestanddelen, filteren we en testen we op de percentages aanwezige kalium, natrium, suiker, stikstof en glucose(invert). Al deze waarden bepalen de interne kwaliteit van de levering. Deze kwaliteitsparameters worden gekoppeld aan de barcode en komen in een database terecht die door telers, via het ledenportaal, geraadpleegd kan worden. Meestal kan dat al binnen 48 uur.
File
48 uur is overigens ook de tijdslimiet waarbinnen wij monsters moeten testen. Dit zorgt dus voor wat extra druk op de ketel. We krijgen hier namelijk zo’n 50 vrachtwagens per uur binnen, dus bij een storing in het proces ontstaat binnen de kortste keren een file.’
Adrenaline genoeg!
‘We doen dan ook alles om storingen te voorkomen’, vertelt Bryan. ‘In de maanden voor de campagne wordt er onderhoud aan de productielijnen gedaan en tijdens de campagne voeren we continu controles uit. Zo waarborgen we een uniform proces waarbij alle monsters op exact dezelfde manier worden geanalyseerd.
Treedt er toch een storing op, dan zijn Rick, onze collega’s en ik verantwoordelijk voor een spoedige oplossing. Die verantwoordelijkheid en de technische uitdaging maken het werk spannend en leuk. Als ik een nachtdienst draai, neem ik altijd een koffietje, maar eigenlijk is dat niet nodig: adrenaline genoeg!’
Samenwerken
‘De kunst is om rustig te blijven’, vertelt Rick. ‘En samen met het team aan de oplossing te werken. Dat vind ik het mooie aan het werk. We werken steeds in vijf ploegen van vijf medewerkers. Iedereen heeft een belangrijke taak, want als één schakel in het proces misgaat, staat iedereen stil. Zien we dus tekenen van een mogelijke storing, dan schakelen we meteen bij en helpen we elkaar.’ ‘En als het echt nodig is, kunnen we ook op onze collega’s van de bietverwerkende fabriek rekenen’, vult Bryan aan.
Beter dan vroeger
Bryan en Rick zijn overigens maar wat blij met alle technieken. Rick: ‘Vroeger stonden ze met een riek de bieten van de wagen te steken en werden die per kruiwagen naar de weegschaal en wastrommel gebracht. Toen verwerkte iedere fabriek zo’n 100 monsters per dag, wij doen er nu 1.500 voor alle fabrieken tezamen.’
