Bietencampagne 2024 in Nederland afgerond
Op 21 januari is de bietencampagne in Nederland afgerond. De Nederlandse suikeropbrengst is afgelopen campagne ruimschoots onder het 5-jarig gemiddelde uitgekomen. Met een opbrengst van 12,2 ton suiker per hectare ligt het meer dan 10% onder dit gemiddelde. Door de extreme nattigheid sinds de herfst van 2023 zijn veel percelen pas erg laat ingezaaid. Het opbrengstpotentieel lag daardoor lager. Door de overvloedige regen was de bodemstructuur matig tot (zeer) slecht. Dit heeft tijdens het groeiseizoen negatief effect op plantweerbaarheid.
Het bietenjaar 2024 kenmerkt zich in Nederland door grote opbrengstverschillen op regionaal en zelfs lokaal niveau. Naast de gemiddeld late zaaidatum en extreme nattigheid hebben bladschimmels ook een rol gespeeld in de teleurstellende opbrengst. Vanwege de combinatie veel vocht en relatief warm is er een hoge schimmeldruk geweest van met name Cercospora. Vooral het zuidelijk deel van Nederland heeft hiermee te maken gehad. Voor veel telers is de bietenteelt in 2024 dan ook teleurstellend verlopen. In algemene zin zien we in de gehele Benelux, Frankrijk en het westen in Duitsland hetzelfde beeld. Steeds verder naar het oosten van Europa neemt de opbrengst toe. In noordelijk en oostelijk Duitsland en Polen zijn bijvoorbeeld in verschillende regio’s recordopbrengsten gehaald. In de gehele EU-27 ligt de gemiddelde opbrengst suiker per hectare bijna op hetzelfde niveau als vorig jaar.
Areaal reductie in 2025
Voor het teeltseizoen 2025 wordt voor suikerbieten in de EU-27 een stevige areaal reductie verwacht. Suikerproducenten verlagen door de lagere suikerprijzen de bietenprijs ingrijpend. Daarnaast is contract areaal in veel landen teruggebracht. Areaal reducties tot 15% zijn aangekondigd. Voor de totale EU-27 is een algehele areaal reductie voorzien van tussen de 4% tot 8%. Ook in Nederland wordt een dergelijke reductie voorzien. Een exacte indicatie is nog niet te geven. Uiteindelijk zullen de weersomstandigheden in het voorjaar medebepalend zijn voor het zaaivoornemen en uiteindelijk het definitieve areaal. Naarmate het voorjaar vordert zal het beeld van de precieze areaal reductie scherper worden.
