Het suikerbietenseizoen bij Familie Janse
Dit suikerbietenseizoen volgden we boer Huibert Janse uit Wolphaartsdijk van zaai tot oogst. Welke uitdagingen kwam hij tegen, hoe was zijn oogst en hoe kijkt hij nu terug op dit seizoen?
Oké, in vergelijking met andere jaren kon boer Huibert Janse zijn suikerbieten misschien net iets later inzaaien dan hij had gewild. Maar in vergelijking met andere boeren, zoals die in het oosten van Brabant, die maandenlang het land niet op konden, prijst hij zich gelukkig. Van een andere uitdaging had Huibert meer last: bladschimmel.
Bladschimmel
Eerder dit seizoen vertelde Huibert al dat hij regelmatig fungiciden moest inzetten. “Dat moest ik helaas blijven doen. Weet je wat het is, vroeger hadden we betere gewasbeschermingsmiddelen. Dan voerde je twee keer een bestrijding uit en was het probleem opgelost. Nu moet dit drie, vier keer, maar doet het niks meer.”
Lagere opbrengst
De gevolgen zijn groot. “De bladeren worden aangetast, dus de suikerbiet gaat zijn energie stoppen in het aanmaken van nieuw blad, niet in het groeien van de wortel en het vormen van suiker. Dat merk je in de suikeropbrengst. Hopelijk komt er dus gauw een verbetering in de veredeling van suikerbietenrassen.”
Alles uit de kast
Cosun Beet Company haalt in samenwerking met het IRS alles uit de kast om dit probleem te minimaliseren. Via het Bieten Advies Systeem (BAS) geven we telers het juiste advies op het juiste moment, bijvoorbeeld over het ideale moment van inzet van fungiciden. Dat kunnen we mede dankzij de kennis van het IRS, de sensoren in het veld en de teeltgegevens die alle telers in het teeltregistratiesysteem Unitip achterlaten.
Daarnaast doet het IRS onderzoek naar bladgezondheid van rassen en de inzet van nieuwe fungiciden om ook hierin optimaal advies te kunnen geven. En via Inspiratieboerderijen worden nieuwe innovaties onder de aandacht gebracht, zoals eigen sensoren die telers zelf kunnen plaatsen op hun percelen. Zo proberen we doorlopend en steeds beter telers te ondersteunen in de uitdagingen van de teelt.
Regen en zon
Terug naar Huibert. In augustus, toen we Huibert voor het laatst spraken, sprak hij een hoop uit: voldoende regen en zonlicht. Echter van het eerste kregen hij en ook alle andere telers in de eerste maanden van de groei teveel en van het tweede te weinig. “Het regende zoveel dat de grond helemaal dichtsloeg, met zuurstofgebrek tot gevolg.”
Vroeg rooien
Vervolgens zat Huibert bij een vroege levering om te rooien. “Iedereen zou het liefst in oktober, november rooien, maar de fabriek moet natuurlijk wel gewoon suikerbieten gaan verwerken, dus er moeten bieten komen. Je komt altijd wel een keer voor een vroege levering aan de beurt. Dat begrijp ik wel. Maar het is natuurlijk niet goed voor je resultaten. De eerste percelen brachten wel twintig ton minder op dan gemiddeld en ook het suikerpercentage was laag.”
Laatste bieten
Begin december kwamen Huiberts laatste bieten de grond uit. “Dat is best laat, maar ja, het weer, de beschikbaarheid van loonwerkers, soms loopt het zo. Tijdens het rooien hadden we wel mooi weer. Er zat wat extra tarra aan de bieten, maar dat is normaal voor die tijd van het jaar. Nu is het nog zaak om de bieten vorstvrij te houden tot ze in januari opgehaald worden. Dat komt wel goed.”
Niet mopperen
Het seizoen zit er dus op. “Na drie, vier maanden oogsten is dat toch altijd weer een bijzonder moment. Ineens ben je klaar. Terugkijkend mag ik niet mopperen met een suikergehalte van 16,3% en goede resultaten in andere gewassen. Ik heb vorig jaar 9 hectare aardappelen in de grond moeten laten zitten. Dat zijn pas tegenvallers. Dus viel dit jaar tegen? Nee, maar het viel ook niet mee.”
