Moeizame start voor de bieten
Na twee zeer droge zomers leek het neerslagtekort de afgelopen winter verdwenen. Maar opnieuw zijn onze telers geconfronteerd met een extreem droog voorjaar en een neerslagtekort. Het verschil tussen de bietenpercelen is echter groot. Waar de ene teler al tegen een bijna gesloten - stevig groeiend - gewas aankijkt, heeft de ander nog niet de helft van het aantal bietenplanten per hectare boven zien komen. Maar in het algemeen snakken alle bieten naar (meer) water.
Zaai en areaal
De meeste Nederlandse telers hebben hun bieten dit jaar eind maart of begin april gezaaid. De gemiddelde zaaidatum is uitgekomen op 7 april. Dat is slechts 2 dagen later dan het 5-jarig gemiddelde. Een relatief normale start dus. In 2020 is ca. 83.500 hectare bieten uitgezaaid in Nederland. In vergelijking met 2019 is dit een stijging van circa 4% van het Nederlandse bieten areaal. Door de teleurstellende opbrengst vorig jaar (veroorzaakt door de droogte) is er noodzaak meer bieten te verwerken tot suiker.
De uitzaai was voor telers op kleigronden een worsteling. Door de hevige neerslag in de winter gecombineerd met snelle opdroging (mede door de langdurig stevige wind) was de structuur op veel plaatsen slecht. Hierdoor kon veelal geen goed zaaibed voor de bieten worden gemaakt.
Vele gezichten
April kenmerkte zich door een warme en zonnige maand. Bieten gezaaid in een goed zaaibed konden maximaal profiteren van deze gunstige omstandigheden. Die bieten hebben zich dan ook goed ontwikkeld en staan er goed voor.
Echter voordat een bietenzaadje kan kiemen moet deze eerst enigszins in vochtige grond liggen. Dit was niet overal mogelijk. Ook mei was historisch droog. Samen met de slechte bodemstructuur zorgt dit op de nodige kleigrond percelen voor slechte en onregelmatige opkomst.

Door de aanhoudende droogte, inmiddels droger dan recordjaar 1976 zijn de zorgen van onze bietentelers groot. Zelfs met de voorspelde regen in de eerste weken van juni, is het neerslagtekort nog steeds fors. Dit staat optimale groei van de biet in de weg.
De weeromstandigheden (natte warme winter en droge lente) hebben ook effect op de druk van insecten. De druk van plaaginsecten is dan ook hoog. Het is nog niet te voorspellen wat de invloed hiervan gaan zijn op de daadwerkelijke opbrengst per hectare. Het staat wel buiten kijf dat dit schade doet aan de ontwikkeling en groei van het gewas. Daarbij worden groene perzikluizen op dit moment als grootste bedreiging gezien. Deze luizen kunnen een virus bij zich dragen dat de bladeren van de biet doet vergelen. Dit virus kan in het ergste geval op percelen de hectareopbrengst doen halveren.
