Optimale biodiversiteit in de bietenteelt
In Nederland worden ieder jaar op zo’n 85.000 hectare landbouwgrond suikerbieten geteeld. Al deze bieten worden verwerkt door Cosun Beet Company; samen met de provincie Noord-Brabant en Naturalis zijn we initiatiefnemer van de Groene Cirkels Circulaire Suikerbietenketen. In de suikerbietenteelt is veel aandacht en ruimte voor biodiversiteit. Want die is cruciaal voor een robuuste en toekomstbestendige teelt, zeker met de huidige klimaatverandering.
Alle suikerbietentelers in Nederland zijn lid van coöperatie Cosun en leveren hun bieten aan Cosun Beet Company. De telers worden bij hun werk ondersteund en geadviseerd door de agrarische dienst en het IRS: hét onafhankelijke onderzoeks- en kenniscentrum voor de suikerbietenteelt in Nederland. Uniek, want naast suikerbieten en cichorei (dat door Royal Cosun-onderneming Sensus wordt verwerkt) is er geen enkel ander gewas in Nederland met een dergelijk expertisecentrum. Jurgen Maassen, coördinator Voorlichting van het IRS, legt uit wat daarvan de voordelen zijn. “Al sinds onze oprichting in 1930 is ons uitgangspunt dat de teelt gebaat is bij goed advies en begeleiding. Niet op basis van wat de producenten van zaden en gewasbeschermingsmiddelen zeggen, maar op basis van feiten. We hebben eigen proefvelden, klimaatkamers en laboratoria waar we uitgebreid onderzoek kunnen doen naar de effecten van bepaalde middelen of de voordelen van specifieke rassen.”
Biodiversiteit
Een ander uitgangspunt van het IRS is dat bij de bestrijding van plagen en ziekten de populatie van natuurlijke vijanden - en daarmee dus de biodiversiteit - zoveel mogelijk intact blijft. “Dat is niet alleen goed voor de natuur, maar ook noodzakelijk voor de teelt: er zijn namelijk steeds minder gewasbeschermingsmiddelen toegestaan. Natuurlijke vijanden zijn dus heel belangrijk.”
Bietenzaad
Het streven naar een teelt met zo min mogelijk gebruik van gewasbeschermingsmiddelen begint al bij het selecteren van het suikerbietenras. Jurgen: “Er zijn verschillende soorten rassen, met ieder hun eigen unieke eigenschappen. Zo zijn er bijvoorbeeld rassen die bestand zijn tegen een bepaalde soort microscopisch kleine ‘wormpjes’ in de bodem, de bietencysteaaltjes. Bij het advies dat telers krijgen over welk soort bietenzaad ze het beste kunnen bestellen voor het volgende groeiseizoen, wordt de aanwezigheid van deze aaltjes dus altijd meegenomen.”
Monitoring en tellingen
Is het zaad eenmaal gezaaid, dan is het belangrijk om nauwlettend in de gaten te houden of er plaaginsecten aanwezig zijn - en hoeveel. “Telers doen dat natuurlijk zelf, maar de Agrarische Dienst van Cosun Beet Company voert ook in het hele land op ruim honderd percelen wekelijkse tellingen uit. Daarbij kijken ze wekelijks hoeveel exemplaren van een bepaalde soort er op een vooraf bepaald aantal planten voorkomt. De waarnemingen zijn in overzichtskaarten te raadplegen via het Bieten Advies Systeem (BAS) en op www.irs.nl. Worden er meer exemplaren gevonden dan de vastgestelde schadedrempel? Dan gaat er, in overleg met het IRS, naar de telers in de directe omgeving een waarschuwing per sms uit. Zij kunnen dan heel gericht hun eigen percelen controleren en als er meer luizen zitten dan de schadedrempel een specifiek en selectief gewasbeschermingsmiddel inzetten. De schadedrempel is door het IRS nauwkeurig vastgesteld: onder die drempel heeft het inzetten van gewasbeschermingsmiddelen geen zin. Daarmee voorkomen we dat er middelen worden gebruikt als dat eigenlijk niet nodig is.”
Natuurlijke vijanden
Er wordt veel onderzoek gedaan naar natuurlijke vijanden van plaaginsecten, en hoe deze kunnen helpen bij het bestrijden daarvan. Jurgen: “Binnen Groene Cirkels werken we samen met Waarneming.nl en Naturalis aan het verder verrijken van de app ObsIdentify, om die geschikt te maken voor de bietenteelt. Telers kunnen straks in deze app aan de hand van een foto insecten herkennen en zien of het een nuttig insect is, of juist een plaag. Overigens doen we in het kader daarvan ook onderzoek naar het zaaien van gerst tussen de suikerbieten. Op zandgrond wordt gerst nu al vaak gezaaid om verstuiving te voorkomen, maar gerst is ook een belangrijke gastheer voor natuurlijke vijanden van de groene perzikluis. Die luis is op zichzelf niet schadelijk voor de bietenplant, maar hij kan wel een virus overbrengen die uiteindelijk een opbrengstverlies van 50% kan veroorzaken. Wanneer je de natuurlijke vijanden van deze luis dus via de gerst naar het perceel kunt ‘lokken’ heeft dat veel voordelen. We onderzoeken nu op verschillende plaatsen in Nederland het effect hiervan.”
Sensoren in het veld
Naast natuurlijke vijanden kunnen ook high-tech toepassingen ervoor zorgen dat suikerbietentelers heel gericht hun gewas kunnen beschermen. “Op zo’n 750 Nederlandse bietenpercelen staan inmiddels sensoren die aan de hand van de temperatuur en de luchtvochtigheid in het gewas monitoren of de omstandigheden op het perceel gunstig zijn voor de infectie van een bepaalde bladschimmelsoort. Als dat inderdaad het geval is, krijgt de teler automatisch een seintje via BAS dat het tijd is om na 7 tot 14 dagen, afhankelijk van de schimmel, zijn/haar gewas te controleren op aantasting. Hij kan er ook voor kiezen om een relatief nieuw, natuurlijk middel te gebruiken op zijn perceel dat de afweer van de plant tegen de schimmel activeert. Dat is geen wondermiddel: vaak is na verloop van tijd nog wel een bespuiting met een regulier antischimmelmiddel nodig. Maar gemiddeld hoeft een teler dat wel een keer minder te gebruiken dan wanneer je het ‘groene’ bestrijdingsmiddel niet eerst inzet. Dat maakt toch een verschil.”
Suikerbieten en klimaat
Omdat suikerbieten diep wortelen, tot wel 2 meter diep, hebben ze minder last van warmte en droogte dan veel andere gewassen. Maar extremen zoals afgelopen zomer laten zien dat daar grenzen aan zitten. Bovendien zorgt klimaatverandering ervoor dat telers meer last hebben van bepaalde soorten bladschimmels. Door het ontwikkelen van nieuwe, minder gevoelige bietenrassen en innovatieve, groene bestrijdingsmiddelen en monitoringssystemen kunnen bietentelers zich daar deels tegen weren.
